Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1184

2026-07-14 Strafrecht 24/03112
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-14
Publicatiedatum
2026-07-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03112
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0272; RvdW 2026/916

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Weigering bloedonderzoek, art. 163.6 WVW 1994. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht opzet op weigering. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs oordeel dat verdachte opzettelijk heeft geweigerd mee te werken aan bloedonderzoek, is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Uit zijn nadere bewijsoverwegingen heeft hof zonder meer opzet van verdachte kunnen afleiden. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.703 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/03112

Datum 14 juli 2026




ARREST




op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 augustus 2024, nummer 23-002812-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.A.W. Dekker bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.


2.2
De bewezenverklaring en de bewijsoverwegingen van het hof zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4 en 5. De bewezenverklaring steunt verder op de bewijsmiddelen die zijn opgenomen in (de aanvulling op) het arrest van het hof.


2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 en 6.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juli 2026.