Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1182
2026-07-07
Strafrecht
24/03346
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1182 → ECLI:NL:GHAMS:2024:2335
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1182 → ECLI:NL:PHR:2026:355
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt en uit andere strafbare feiten a.b.i. art. 36e.2 Sr. Motivering schatting w.v.v. t.a.v. aantal oogsten en aantal planten. 1. Kon hof oordelen dat sprake is van 3 oogsten die voordeel hebben opgeleverd? 2. Kon hof oordelen dat kwekerij in totaal 360 planten bedroeg, nu deze conclusie uit ontnemingsrapport door verdediging voldoende gemotiveerd is betwist? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03345.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.720 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03346 P
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2024, nummer 23-003365-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.
STRAFKAMER
Nummer 24/03346 P
Datum 7 juli 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 22 augustus 2024, nummer 23-003365-23, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de betrokkene.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2026.