Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1165
2026-07-03
Bestuursrecht; Belastingrecht
25/02792
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- sprongcassatie ECLI:NL:HR:2026:1165 → ECLI:NL:RBMNE:2025:7153
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBMNE:2025:7153 Rechtbank Midden-Nederland 15-07-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.607 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/02792
Datum 3 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door [A],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2025, nr. UTR 23/6538-V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 24 februari 2025.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
ECLI:NL:RBMNE:2025:7153.
BELASTINGKAMER
Nummer 25/02792
Datum 3 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende),
vertegenwoordigd door [A],
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland van 15 juli 2025, nr. UTR 23/6538-V, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank van 24 februari 2025.
1Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
2Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
ECLI:NL:RBMNE:2025:7153.