Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1141

2026-07-03 Bestuursrecht; Belastingrecht 24/03111
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-07-03
Publicatiedatum
2026-07-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/03111
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | Viditax (FutD) 2026070308 | FutD 2026-1170

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages en onderbouwing daarvan, ECLI:NL:HR:2026:297

Citeert (4)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.233 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 24/03111

Datum 3 juli 2026



ARREST



in de zaak van




[X] (hierna: belanghebbende)



tegen



het BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN HOOGHEEMRAADSCHAP UTRECHT



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024, nr. BK-ARN 22/1854, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 21/4738) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, vertegenwoordigd door [P1] en [P2], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 17 oktober 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.




2Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nr. 24/03073, ECLI:NL:HR:2026:949, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.



ECLI:NL:GHARL:2024:4330.


ECLI:NL:PHR:2025:1124, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2025:1074.