Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1141
2026-07-03
Bestuursrecht; Belastingrecht
24/03111
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1141 → ECLI:NL:GHARL:2024:4330
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1141 → ECLI:NL:PHR:2025:1124
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1141 → ECLI:NL:PHR:2025:1074
Inhoudsindicatie
Art. 40, lid 2, Wet WOZ; indexeringspercentages en onderbouwing daarvan, ECLI:NL:HR:2026:297
Citeert (4)
- ECLI:NL:HR:2026:949 Hoge Raad 03-07-2026
- ECLI:NL:GHARL:2024:4330 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 25-06-2024
- ECLI:NL:PHR:2025:1124 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1074 Parket bij de Hoge Raad 17-10-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.233 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03111
Datum 3 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN HOOGHEEMRAADSCHAP UTRECHT
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024, nr. BK-ARN 22/1854, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 21/4738) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, vertegenwoordigd door [P1] en [P2], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 17 oktober 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
2Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nr. 24/03073, ECLI:NL:HR:2026:949, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
ECLI:NL:GHARL:2024:4330.
ECLI:NL:PHR:2025:1124, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2025:1074.
BELASTINGKAMER
Nummer 24/03111
Datum 3 juli 2026
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
het BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN HOOGHEEMRAADSCHAP UTRECHT
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 juni 2024, nr. BK-ARN 22/1854, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland (nr. UTR 21/4738) betreffende een ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en een aanslag in de onroerendezaakbelastingen voor het jaar 2021.
1Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door G. Gieben, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het bestuur van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, vertegenwoordigd door [P1] en [P2], heeft een verweerschrift ingediend.
De Advocaat-Generaal M.R.T. Pauwels heeft op 17 oktober 2025 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.
2Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden die zijn vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak met nr. 24/03073, ECLI:NL:HR:2026:949, waarvan een geanonimiseerd afschrift aan dit arrest is gehecht.
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.P.J. van Kampen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2026.
ECLI:NL:GHARL:2024:4330.
ECLI:NL:PHR:2025:1124, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2025:1074.