Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1111
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2026:1111 → ECLI:NL:GHSHE:2024:3107
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1111 → ECLI:NL:PHR:2026:550
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Medeplegen opzettelijk uitvoeren van project zonder omgevingsvergunning (in werking hebben van inrichting voor inzameling van afvalstoffen) begaan door rechtspersoon, art. 2.1.1.e.3 (oud) Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM wegens schending van beginselen van goede procesorde (gelijkheidsbeginsel), art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht opzet. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. opzet van verdachte, art. 359.2 Sv. 3. Bewijsklacht medeplegen. Kon hof oordelen dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking en van dubbel opzet? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/03860 E en 24/03869 E en met 24/03859 P, 24/03868 P en 24/03872 P (niet gepubliceerd; geen schriftuur ingediend, betrokkene n-o).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.705 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/03873 E
Datum 25 augustus 2026
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 4 oktober 2024, nummer 20-000066-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten E.M.A. Baetsen en S.B.M.A. Engelen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 augustus 2026.