Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2026:1066
2026-06-26
Bestuursrecht; Belastingrecht
23/03524
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2026:1066 → ECLI:NL:PHR:2024:467
- sprongcassatie ECLI:NL:HR:2026:1066 → ECLI:NL:RBNNE:2023:3835
Inhoudsindicatie
HR: 81.1 RO
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBNNE:2023:3835 Rechtbank Noord-Nederland 27-07-2023
- ECLI:NL:PHR:2024:467 Parket bij de Hoge Raad 26-04-2024
- ECLI:NL:HR:2026:804 Hoge Raad 26-06-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.230 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 23/03524
Datum 26 juni 2026
ARREST
in de zaak van
STICHTING [X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 27 juli 2023, nr. LEE 21/2902, betreffende een door belanghebbende voor het jaar 2019 op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.
1Geding in cassatie
1.1
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J. Kastelein, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
1.2
Op 26 april 2024 heeft de Advocaat-Generaal P.J. Wattel geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
ECLI:NL:RBNNE:2023:3835.
ECLI:NL:PHR:2024:467.
Zie het heden uitgesproken arrest in de zaak met nr. 24/02642, ECLI:NL:HR:2026:804.
BELASTINGKAMER
Nummer 23/03524
Datum 26 juni 2026
ARREST
in de zaak van
STICHTING [X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 27 juli 2023, nr. LEE 21/2902, betreffende een door belanghebbende voor het jaar 2019 op aangifte voldaan bedrag aan verhuurderheffing.
1Geding in cassatie
1.1
Belanghebbende, vertegenwoordigd door J. Kastelein, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
1.2
Op 26 april 2024 heeft de Advocaat-Generaal P.J. Wattel geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie. Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en F.G.F. Peters, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2026.
ECLI:NL:RBNNE:2023:3835.
ECLI:NL:PHR:2024:467.
Zie het heden uitgesproken arrest in de zaak met nr. 24/02642, ECLI:NL:HR:2026:804.