Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2026:1029

2026-06-30 Strafrecht 24/02529
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2026-06-30
Publicatiedatum
2026-06-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/02529
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; SR-Updates.nl 2026-0232; RvdW 2026/798

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van vuurwapen en munitie, art. 26.1 WWM. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht categorisering. Vindt in bewezenverklaring besloten liggende categorisering van aangetroffen wapen en munitie voldoende steun in bewijsvoering? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Voor bewezenverklaring van strafbaar gestelde gedragingen met nader omschreven wapens en munitie is geen deskundigenrapportage of wapenrapport noodzakelijk. Hof heeft p-v van opsporingsambtenaar betrouwbaar geacht en op basis daarvan vastgesteld dat in woning een vuurwapen is aangetroffen met 5 stuks munitie. Wat categorisering betreft is van belang dat opsporingsambtenaar spreekt van “vuurwapen (pistool)”. In aanmerking genomen dat niet is gebleken of aangevoerd dat sprake is van vuurwapen van categorie II sub 2, 3 of 6, heeft hof uit dat bewijsmiddel kunnen afleiden dat sprake is van vuurwapen van categorie III (sub 1). Uit omstandigheid dat munitie in patroonmagazijn van pistool is aangetroffen heeft hof kennelijk afgeleid dat deze bij pistool behorend is en ook tot categorie III behoort. Tot nadere motivering was hof niet gehouden, in aanmerking genomen dat verdediging in hoger beroep de betrouwbaarheid van p-v niet ter discussie heeft gesteld en geen opmerkingen heeft gemaakt over tlgd. categorisering. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.410 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/02529

Datum 30 juni 2026



ARREST



op het beroep in cassatie tegen arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 juli 2024, nummer 22-003200-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten J. Kuijper en S.F.W. van ’t Hullenaar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) de bewezenverklaring.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.




3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2026.