Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:977
2025-06-20
Civiel recht
24/02251
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:977 → ECLI:NL:GHAMS:2024:583
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:977 → ECLI:NL:PHR:2025:516
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Is advocaat tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens derde?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.657 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02251
Datum 20 juni 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [vestigingsplaats],
2. [Holding] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te Den Haag,
2. de maatschap DE ADVOCATEN GROEP,
gevestigd te Rijswijk,
3. TLG AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: R.M. Andes.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/684484 / HA ZA 20-553 van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2021 en 8 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.305.081/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 juni 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/02251
Datum 20 juni 2025
ARREST
In de zaak van
1. [eiser 1],
wonende te [vestigingsplaats],
2. [Holding] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERS tot cassatie,
hierna: [eisers],
advocaat: N.C. van Steijn,
tegen
1. [verweerder 1],
wonende te Den Haag,
2. de maatschap DE ADVOCATEN GROEP,
gevestigd te Rijswijk,
3. TLG AMSTERDAM B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERDERS in cassatie,
hierna: [verweerders],
advocaat: R.M. Andes.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/13/684484 / HA ZA 20-553 van de rechtbank Amsterdam van 7 april 2021 en 8 september 2021;
b. het arrest in de zaak 200.305.081/01 van het gerechtshof Amsterdam van 12 maart 2024.
[eisers] hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.[verweerders] hebben een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor [verweerders] toegelicht door hun advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.De advocaat van [eisers] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerders] begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eisers] deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.M. Wattendorff, als voorzitter, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 20 juni 2025.