Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:91

2025-01-17 Civiel recht 24/00203
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-01-17
Publicatiedatum
2025-01-17
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/00203
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/172

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Goederenrecht. Rechtsgeldige beëindiging van erfpacht of misbruik van bevoegdheid? Is erfverpachter vergoeding verschuldigd aan hypotheekhouder op grond van Eilandsverordening 1953?

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.705 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



CIVIELE KAMER






Nummer 24/00203

Datum 17 januari 2025




ARREST




In de zaak van



HET LAND CURAÇAO,
zetelende in Curaçao,
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: het Land,
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,



tegen



FIRST CARIBBEAN INTERNATIONAL BANK (CURAÇAO) N.V.,
gevestigd in Willemstad, Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: FCIB,
advocaat: D.M. de Knijff.





1Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak CUR202000513 van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 8 november 2021;
b. de vonnissen in de zaak CUR202000513 - CUR2021H00372 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 4 juli 2023 en 24 oktober 2023.
Het Land heeft tegen de vonnissen van het hof beroep in cassatie ingesteld.
FCIB heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor FCIB mede door T. Riyazi.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van het Land hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.





2Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de vonnissen van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de vonnissen. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).




3Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt het Land in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van FCIB begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien het Land deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.





Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, F.J.P. Lock, S.J. Schaafsma en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 17 januari 2025.