Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:896

2025-06-17 Strafrecht 23/02442
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-06-17
Publicatiedatum
2025-06-11
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02442
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/808 | Gst. 2025/88 met annotatie van B. van der Vorm

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Aanwezig hebben van 11,12 gram cocaïne, art. 2.C Opiumwet. Niet-ontvankelijkheid OM in eerste aanleg. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM wegens schending van ne bis in idem-beginsel (art. 68 Sr). Kon hof het OM ontvankelijk in vervolging verklaren, nu verdachte vanwege tlgd. feit reeds dwangsom heeft verbeurd? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.688 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02442

Datum 17 juni 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 9 juni 2023, nummer 21-000512-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. Lamers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 juni 2025.