Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:873
2025-06-06
Civiel recht
24/01754
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:873 → ECLI:NL:GHAMS:2024:220
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:873 → ECLI:NL:PHR:2025:394
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Huurrecht. Huur ruimte in woonzorgcentrum waarin kapsalon wordt geëxploiteerd; is sprake van voor publiek toegankelijke bedrijfsruimte in zin van art. 7:290 BW?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:RBOVE:2026:5496 Rechtbank Overijssel 01-09-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:955 Parket bij de Hoge Raad 05-09-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (2.497 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01754
Datum 6 juni 2025
ARREST
In de zaak van
[de huurder] h.o.d.n. [kapsalon],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de huurder],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
STICHTING [de verhuurder],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de verhuurder],
advocaat: P.A. Fruytier.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8971220 \ CV EXPL 21-175 (SS) van de rechtbank Noord-Holland van 29 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.301.282/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2024.
[de huurder] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor [de verhuurder] toegelicht door haar advocaat en door E.W.T. Kerckhoffs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 juni 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01754
Datum 6 juni 2025
ARREST
In de zaak van
[de huurder] h.o.d.n. [kapsalon],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [de huurder],
advocaat: J. den Hoed,
tegen
STICHTING [de verhuurder],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: [de verhuurder],
advocaat: P.A. Fruytier.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8971220 \ CV EXPL 21-175 (SS) van de rechtbank Noord-Holland van 29 juli 2021;
b. het arrest in de zaak 200.301.282/01 van het gerechtshof Amsterdam van 30 januari 2024.
[de huurder] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
[de verhuurder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.De zaak is voor [de verhuurder] toegelicht door haar advocaat en door E.W.T. Kerckhoffs.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de huurder] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de verhuurder] begroot op € 2.897,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de huurder] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 6 juni 2025.