Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:846

2025-06-10 Strafrecht 23/01883
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-06-10
Publicatiedatum
2025-06-05
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/01883
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/786

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Negeren van opdracht van burgemeester tot beëindiging van betoging (art. 7 jo. 11.1.b WOM). Vrijspraak in eerste aanleg. Ontvankelijkheid cassatieberoep, art. 427.2 Sv. Uitzondering van art. 427.3 Sv van toepassing, nu samenstel van WOM en APV Den Haag aan de orde is? HR: Om redenen vermeld in CAG kan HR cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen. CAG: Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in art. 7 jo. art. 11.1.b WOM omschreven feit, welk feit zoals blijkt uit art. 11.2 WOM een overtreding is. Hof heeft t.z.v. dat feit een geheel voorwaardelijke geldboete opgelegd van € 250, subsidiair 5 dagen hechtenis. Ex art. 427.2.b Sv staat tegen ‘s hofs uitspraak in beginsel beroep in cassatie niet open. Geen sprake van overtreding van gemeentelijke verordening a.b.i. art. 427.3 Sv. Aan tekst noch aan wetsgeschiedenis van art. 427.3 Sv kunnen aanwijzingen worden ontleend dat uitzondering op cassatieverbod zich ook uitstrekt tot indirect relevante regelgeving van lagere overheden. Verdachte n-o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.393 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/01883

Datum 10 juni 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023, nummer 22-001954-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat R. Dijkstra bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het beroep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de verdachte niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.