Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:833

2025-06-10 Strafrecht 23/00035
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-06-10
Publicatiedatum
2025-06-02
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/00035
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2025-0205 | RvdW 2025/776

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Openlijke geweldpleging tegen personen in horecagelegenheid, art. 141.1 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg van (primair tlgd.) openlijke geweldpleging met veroordeling voor (subsidiair tlgd.) mishandeling van 1 persoon. Bewijsklacht “in vereniging”. Kan “in vereniging” geweld plegen tegen personen uit bewijsvoering worden afgeleid? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft niet alleen vastgesteld dat verdachte samen met ander in horecagelegenheid was maar ook dat er vechtpartij tussen 2 groepen ontstond en dat “geen van betrokkenen zich onbetuigd heeft gelaten”. Hof heeft daarmee kennelijk tot uitdrukking willen brengen dat ook medeverdachte in vechtpartij verwikkeld is geraakt en daaraan bijdrage heeft geleverd, waarmee hof tot oordeel kon komen dat geweld in vereniging is gepleegd. Volgt verwerping.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.764 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/00035

Datum 10 juni 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2022, nummer 21-002998-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.I. Takens en T.P.A.M. Wouters bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring van het “in vereniging” geweld plegen tegen personen niet uit de bewijsvoering kan worden afgeleid.


2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend advocaat-generaal onder 3 tot en met 5 en 8 tot en met 11.




3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde geheel voorwaardelijke taakstraf van twintig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



5Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2025.