Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:829
2025-06-03
Strafrecht
25/00407
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:829 → ECLI:NL:PHR:2025:474
Inhoudsindicatie
WOTS-zaak. Overname tenuitvoerlegging (14 jaren en 9 maanden gevangenisstraf) van in Zwitserland aan Nederlander opgelegde gevangenisstraf van 19 jaren en 2 maanden t.z.v. medeplegen gekwalificeerde doodslag, medeplegen diefstal met geweld (meermalen gepleegd), medeplegen diefstal d.m.v. braak en valsheid in geschrift. 1. Verweer dat sprake is van schending van specialiteitsbeginsel en beroep op schending van art. 3 EVRM, waardoor inbreuk is gemaakt op recht op eerlijk proces a.b.i. art. 6 EVRM. 2. Motivering kwalificatiebeslissing, art. 31.1 WOTS. 3. Omzetting van Zwitserse straf naar Nederlandse straf, uitdrukkelijk onderbouwd strafmaatverweer. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.790 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 25/00407 W
Datum 3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024, nummer WTS-I-2023040261, omtrent een verzoek van Zwitserland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1979,
hierna: de veroordeelde.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.
STRAFKAMER
Nummer 25/00407 W
Datum 3 juni 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2024, nummer WTS-I-2023040261, omtrent een verzoek van Zwitserland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing
tegen
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] 1979,
hierna: de veroordeelde.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.