Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:810

2025-06-03 Strafrecht 23/04402
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-06-03
Publicatiedatum
2025-05-22
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/04402
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/759

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Plegen van ontucht met 8-jarige zoon en plegen van handelingen die bestaan uit seksueel binnendringen bij 11-jarige dochter, art. 244 (oud) Sr, art. 247 (oud) Sr en art. 248.2 (oud) Sr. 1. Bewijsklacht. Kon hof schakelbewijsconstructie hanteren waarbij verklaringen van zoon en dochter over en weer redengevend worden geacht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk). Is strafmotivering onbegrijpelijk doordat hof heeft overwogen dat verdachte zich ‘gedurende langere periode’ heeft schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen, terwijl hof verdachte heeft vrijgesproken van het ‘meermaals plegen’ van die handelingen? 3. Kwalificatieklacht art. 244 (oud) Sr. Is sprake van seksueel binnendringen van het lichaam bij bewezenverklaring van wrijven over clitoris? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.655 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04402

Datum 3 juni 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 oktober 2023, nummer 22-000738-23, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juni 2025.