Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:755
2025-05-16
Civiel recht
24/01995
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:755 → ECLI:NL:GHDHA:2024:198
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:755 → ECLI:NL:PHR:2025:205
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Procesrecht. Beslag- en executierecht. Schuldoverneming door derdebeslagene van schuld van beslagene? Miskenning van devolutieve werking van hoger beroep of treden buiten grenzen van rechtsstrijd in hoger beroep?
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.242 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01995
Datum 16 mei 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
EGELINCK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Egelinck,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/595237 / HA ZA 20-624 van de rechtbank Den Haag van 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.995/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 augustus 2023 en 20 februari 2024.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Egelinck is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Egelinck begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 16 mei 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/01995
Datum 16 mei 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: M.W. van der Heijden,
tegen
EGELINCK B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Egelinck,
niet verschenen.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/09/595237 / HA ZA 20-624 van de rechtbank Den Haag van 20 oktober 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.995/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 augustus 2023 en 20 februari 2024.
[eiser] heeft tegen de arresten van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Egelinck is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over de arresten van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van de arresten. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Egelinck begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, A.E.B. ter Heide, G.C. Makkink en K. Teuben en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 16 mei 2025.