Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:747
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:747 → ECLI:NL:GHAMS:2024:1554
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:747 → ECLI:NL:PHR:2025:300
Inhoudsindicatie
Gekwalificeerde doodslag op man van restauranthouder (art. 288 Sr) en poging tot moord op restaurantbezoeker (art. 289 Sr) door in 2019 in Amsterdam op klaarlichte dag in pizzeria met vuurwapen te schieten. 1. Bewijsklacht gekwalificeerde doodslag. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat doodslag op man van restauranthouder werd gepleegd met oogmerk om uitvoering van poging tot moord op restaurantbezoeker gemakkelijk te maken? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met constatering van overschrijding van redelijke termijn? 3. Afwijzing van voorafgaand aan tz. in hoger beroep per e-mail gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoeken tot horen van getuigen en houden van reconstructie, op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken, waarna onderzoek wegens gewijzigde samenstelling opnieuw is aangevangen en verzoeken op nadere tz. in h.b. niet zijn herhaald. Art. 322.4 Sv. 4. Post-Keskin. Gebruik voor bewijs van verklaringen van getuigen die verdediging niet heeft kunnen ondervragen. Kon hof oordelen dat procedure in geheel voldoet “aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces”? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.674 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/02283
Datum 20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2024, nummer 23-002199-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.