Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:746

2025-05-20 Strafrecht 23/04862
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-05-20
Publicatiedatum
2025-05-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/04862
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/699

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verkrachting (art. 242 (oud) Sr) door 20-jarige verdachte van 21-jarige medestudente in haar slaapkamer. Bewijsklachten. 1. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Kon hof oordelen dat verklaring van aangeefster wordt ondersteund door verklaring van getuige? 2. Verweer m.b.t. alternatief scenario. 3. Bewijsklacht (voorwaardelijk) opzet. Heeft verdachte bewust kans aanvaard dat hij tegen wil van aangeefster seksueel bij haar zou binnendringen? 4. Bewijsklacht “feitelijkheid”. Kon hof oordelen dat verdachte de aangeefster door middel van feitelijkheid heeft gedwongen tot ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit seksueel bij aangeefster binnendringen? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.629 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 23/04862

Datum 20 mei 2025



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 december 2023, nummer 21-001019-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.