Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:718

2025-05-13 Strafrecht 22/03936
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-05-13
Publicatiedatum
2025-05-08
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/03936
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2025-0177 | RvdW 2025/672

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen witwassen van geldbedrag door € 13.000 voorhanden te hebben in kelderbox, art. 420bis.1.b Sr. Bewijsklacht “afkomstig uit eigen misdrijf”. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte het geldbedrag door handel in heroïne heeft verkregen? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel hof dat verdachte in kelderbox aangetroffen geld door handel in heroïne en daarmee uit eigen misdrijf heeft verkregen, is niet begrijpelijk. Door hof gebruikte bewijsmiddelen hebben betrekking op omstandigheden waaronder geldbedrag is aangetroffen. Deze omstandigheden zijn op zichzelf ontoereikend voor ’s hofs oordeel dat aangetroffen geld afkomstig is uit verdachtes eigen handel in heroïne. ’s Hofs bewijsvoering houdt verder ook niets in over deze, door hof veronderstelde, handel van verdachte. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.205 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/03936

Datum 13 mei 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 oktober 2022, nummer 22-003450-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D. Bektesevic bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde medeplegen van witwassen van een geldbedrag van € 13.000.


2.2
De klacht slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.1 tot en met 3.5 en 3.9 tot en met 3.12.




3Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van de cassatiemiddelen voor het overige niet nodig.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging (met inbegrip van de verbeurdverklaring);
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 mei 2025.