Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:715
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:715 → ECLI:NL:GHSHE:2023:4313
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:715 → ECLI:NL:PHR:2025:460
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag in verkeer door in 2020 in Kerkrade verhaal te gaan halen, nadat hij is gemaand rustiger te rijden, en tegen 72-jarig slachtoffer aan te rijden als gevolg waarvan slachtoffer 19 meter verder op grond is neergekomen en zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, art. 287 jo. 45 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg van poging tot doodslag en veroordeling voor lichamelijk letsel door schuld (roekeloosheid) in verkeer. Bewijsklachten opzet. 1. Kon hof oordelen dat verdachte willens en wetens aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat slachtoffer zou komen te overlijden, nu verdachte voorafgaand aan botsing een noodremming heeft ingezet en uitwijkmanoeuvre naar rechts heeft gemaakt? 2. Verweer dat “botssnelheid” niet zodanig is geweest dat risico op overlijden aanmerkelijk was. Kon hof oordelen dat verweer “geen steun vindt in het recht”? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.662 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/05014
Datum 20 mei 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2023, nummer 20-002370-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat B.G. Janssen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer A.L.J. van Strien als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 mei 2025.