Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:530
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:530 → ECLI:NL:GHAMS:2023:3782
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:530 → ECLI:NL:PHR:2025:210
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs naar verdachte is verzonden, worden afgeleid dat verdachte “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Hof heeft overwogen dat verdachte wist dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard, omdat uit stukken van CBR blijkt dat deze zijn verstuurd naar GBA-adres van verdachte. Dat is echter niet voldoende. Uit omstandigheid dat besluit tot ongeldigverklaring van rijbewijs naar verdachte is verzonden (en niet als onbestelbaar retour is gekomen) kan immers niet z.m. worden afgeleid dat verdachte “wist of redelijkerwijs moest weten” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Ook verder volgt dit niet uit bewijsvoering. Bewijsvoering bevat geen verklaring van verdachte waaruit dit kan worden opgemaakt en houdt ook geen andere gedraging in waaruit dit kan volgen. Uit bewijsmiddelen volgt niet dat verdachte zijn rijbewijs heeft opgestuurd naar CBR maar slechts dat CBR het heeft ontvangen van CVOM. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2026:857 Parket bij de Hoge Raad 07-07-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (1.998 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/00188
Datum 8 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 januari 2023, nummer 23-001065-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.D. Rijnsburger bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt dat de bewezenverklaring ontoereikend is gemotiveerd, omdat uit de door het hof gebruikte bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte ‘wist of redelijkerwijs moest weten’ dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.