Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:515
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:515 → ECLI:NL:GHARL:2022:10111
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:515 → ECLI:NL:PHR:2025:245
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en beïnvloeden van getuige (art. 285a.1 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht poging tot doodslag. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van verklaringen van aangever en getuigen, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht beïnvloeden van getuige t.a.v. opzet en kennelijke strekking van beïnvloeding. Ad 1. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft aan zijn oordeel dat verklaringen van aangever en getuigen betrouwbaar zijn, ten grondslag gelegd dat deze verklaringen steun vinden in elkaar en in verklaring van verdachte zelf (v.zv. verklaringen zien op aanwezigheid van verdachte bij incident) en in geneeskundige verklaring, waaruit blijkt dat verdachte in zijn buik gewond is geraakt (v.zv. verklaringen zien op het steken). Daarmee heeft hof toereikend gemotiveerd waarom het is afgeweken van het door verdediging gevoerde uos t.a.v. betrouwbaarheid van aangever en getuigen. Hof hoefde niet op ieder detail van argumentatie in te gaan. Ad 2. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Hof heeft in zijn uitspraak kennelijk tot uitdrukking gebracht dat verdachte sturende bemoeienis heeft gehad met inhoud van verklaring. Dit is conclusie van feitelijke aard, die in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden beoordeeld. Hof heeft uit document (weergave van telefoongesprek tussen verdachte en getuige), dat zich bij stukken bevindt, kunnen afleiden dat uitingen van verdachte zich niet beperkten tot het vertellen “hoe hij gebeurtenissen ziet” of het aandringen op afleggen van verklaring maar dat uitingen er ook toe strekken dat door getuige af te leggen verklaring een ontlastende inhoud zal hebben en dat opzet van verdachte ook was gericht op beïnvloeding van getuige. Uitingen van verdachte houden immers in dat getuige tegen zijn advocaat moet zeggen dat hij “voor hem” wil verklaren. Ook bevatten uitingen van verdachte een beschrijving van wat getuige kan laten zien/vertellen over betrokkenheid van verdachte bij steekincident. Tot slot zegt verdachte in gesprek tweemaal dat getuige “dat ding” moet regelen, waaruit zekere aanmoediging kan worden afgeleid. Bewezenverklaring is t.a.v. opzet en kennelijke strekking van beïnvloeding toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.826 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/04404
Datum 8 april 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 23 november 2022, nummer 21-000186-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat H. Sytema bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de (motivering door het hof van de) bewezenverklaring van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot doodslag.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.2 tot en met 3.10.
3Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde beïnvloeden van een getuige.
3.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.8.
4Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier jaren.
5Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze drie jaren en tien maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 april 2025.