Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:438

2025-03-25 Strafrecht 24/03940
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-03-25
Publicatiedatum
2025-03-20
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/03940
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/505

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Beklag o.g.v. art. 5.1.11 jo 552a Sv, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. rechtshulpverzoek van Turkse autoriteiten. Beroep op dreigende flagrante schending van art. 6 EVRM en folterverbod. Kon Rb oordelen dat niet is vast komen te staan dat klager door uitvoering van rechtshulpverzoek wordt blootgesteld aan dreigende flagrante mensenrechtenschendingen? HR: art. 81 RO. Vervolg op HR:2024:1500 (vervolgingsuitlevering).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.785 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/03940 Br

Datum 25 maart 2025




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 22 oktober 2024, nummer RK 24/017900, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a in samenhang met artikel 5.1.11 van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft [de advocaat] , advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.