Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:425
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:425 → ECLI:NL:GHDHA:2022:1861
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:425 → ECLI:NL:PHR:2025:43
Inhoudsindicatie
Eendaadse samenloop van medeplegen opzettelijk invoeren van 1.516, 06 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet), voorbereidingshandelingen m.b.t. verkopen van die cocaïne (art. 10a.1.2 Opiumwet) en valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) door in 2019, als douanier werkzaam in Rotterdamse haven, onjuiste informatie in digitale systemen in te voeren waardoor werd voorkomen dat containers werden gecontroleerd. 1. Bewijsklachten m.b.t. gebruik van PGP-telefoontoestel voor bewijs en alternatief scenario dat een ander dan verdachte, met gebruikmaking van account van verdachte, onjuiste informatie in systemen van douane zou hebben ingevoerd. 2. Afwijzing van ttz. in hoger beroep (voorwaardelijk) gedane verzoeken tot nader onderzoek naar alternatief scenario. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.621 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 22/03685
Datum 25 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 23 september 2022, nummer 22-002156-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J.C. Reisinger bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaren.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zeven jaren en acht maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2025.