Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:407
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:407 → ECLI:NL:GHDHA:2024:97
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:407 → ECLI:NL:PHR:2025:25
Inhoudsindicatie
Medeplegen doodslag door tijdens woningoverval ander meermalen met mes in borst en linkerschouder te steken, art. 287 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht medeplegen en opzet. HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: ’s Hofs overwegingen zijn toereikend voor bewezenverklaring van medeplegen doodslag. Daaruit blijkt immers dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op doodslag en bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd door: op zijn initiatief samen met medeverdachten met voornemen ernstig geweld te gebruiken tegen moeder van slachtoffer naar haar woning toe te gaan, terwijl hij niet zeker wist of slachtoffer thuis zou zijn; vooraf thuis een mes op te halen en dat aan medeverdachte te geven met opdracht dat bij zich te houden; na binnenkomst in woning die medeverdachte gewapend met dat mes de kamer van slachtoffer in te sturen; en niet in te grijpen nadat verdachte had gezien dat medeverdachte zijn hand omhoog deed en had gehoord dat slachtoffer schreeuwde “gun mij het leven”. Daaraan doet niet af dat hof heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat medeverdachte in ogenblikkelijke gemoedsopwelling heeft gestoken. Ook kan daaraan niet afdoen dat het niet-ingrijpen van verdachte slechts bescheiden rol mag spelen bij het aannemen van medeplegen en dat plotselinge escalatie bij medeverdachte het niet-ingrijpen van verdachte relativeert. Hof heeft in de kern geoordeeld dat slachtoffer nooit van het leven was beroofd zonder rol van verdachte. Door hof vastgestelde rol van verdachte in uitvoering in combinatie met de door hof vastgestelde doorslaggevende rol van verdachte in voorbereiding (het initiëren van overval en het uitrusten van medeverdachte met mes), is voldoende voor medeplegen. Volgt verwerping.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHDHA:2024:97 Gerechtshof Den Haag 25-01-2024
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:PHR:2025:1186 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
- ECLI:NL:PHR:2025:1185 Parket bij de Hoge Raad 04-11-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.739 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/00285
Datum 18 maart 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 januari 2024, nummer 22-002123-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring van de onder 1 tenlastegelegde doodslag.
2.2
De bewezenverklaring, de bewijsvoering en de kwalificatie zijn weergegeven in de uitspraak van het hof, die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHDHA:2024:97.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.8.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 maart 2025.