Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:309

2025-02-21 Bestuursrecht; Belastingrecht 23/00846
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-21
Publicatiedatum
2025-02-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/00846
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | NDFR Nieuws 2025/339 | Viditax (FutD) 2025022107 | FutD 2025-0386 | V-N Vandaag 2025/364 | NTFR 2025/355 | NLF 2025/0455 | V-N 2025/11.18.17

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

HR: 81.1 RO.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.126 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



BELASTINGKAMER




Nummer 23/00846

Datum 21 februari 2025



ARREST



in de zaak van




[X] B.V. (hierna: belanghebbende)



tegen



de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN



op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 12 januari 2023, nrs. 21/00373 tot en met 21/00377, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. HAA 19/2458 tot en met HAA 19/2461 en HAA 19/2463) betreffende aan belanghebbende over elk van de jaren 2012 tot en met 2016 opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.





1Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door W. Apoll, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.




2Beoordeling van de klachten
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.



4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2025.



ECLI:NL:GHAMS:2023:109.