Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:277

2025-02-18 Strafrecht 23/04462
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-18
Publicatiedatum
2025-02-14
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/04462
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/369

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen invoer van 315,7 kg en 1.561 kg cocaïne (art. 2.A Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van 315,7 kg cocaïne vanuit Brazilië via haven van Antwerpen naar Nederland (art. 10a.1 Opiumwet). 1. Heeft hof verzuimd te beslissen op ttz. in hoger beroep gedaan voorwaardelijk verzoek tot horen van 2 getuigen? 2. Schending van doorlaatverbod (art. 126 ff.1 Sv). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, bewijsuitsluiting en/of strafvermindering i.v.m. vormverzuimen, art. 359a Sv. 3. Bewijsklachten invoer cocaïne. Kon hof oordelen dat deze cocaïne daadwerkelijk binnen grondgebied van Nederland is gebracht? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04374, 23/04383, 23/04388, 23/04391, 23/04413, 23/04429, 23/04433, 23/04440, 23/04477, 23/04495 en 23/04526.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (1.699 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/04462

Datum 18 februari 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 9 november 2023, nummer 20-002245-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.