Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:218

2025-02-18 Strafrecht 23/00646
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-18
Publicatiedatum
2025-02-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/00646
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/342

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Schuldheling van een op Marktplaats gekochte elektrische fiets (met open ringslot, zonder sleutel, zonder accu en voor lage prijs), art. 417bis.1.a Sr. Bewijsklacht. Kon hof in het licht van gevoerd verweer oordelen dat verdachte t.t.v. het voorhanden krijgen van fiets redelijkerwijs moest vermoeden dat fiets van diefstal afkomstig was? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.704 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/00646

Datum 18 februari 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 7 februari 2023, nummer 22-003235-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in de [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.T. de Vaal, advocaat in 's‑Gravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De plaatsvervangend advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 februari 2025.