Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:205

2025-02-11 Strafrecht 22/04111
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-11
Publicatiedatum
2025-02-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
22/04111
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/296

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed van cannabis en cocaïne, art. 8.5 WVW 1994. 1. Kon hof vonnis Pr bevestigen, nu is volstaan met opgave van bewijsmiddelen a.b.i. art. 359.3 Sv, terwijl raadsman in eerste aanleg vrijspraak heeft bepleit? 2. Bloedonderzoek en verweer dat sprake is van overschrijding van termijn waarbinnen bloedmonster moet worden ingezonden (“zo spoedig mogelijk”). Kon hof bij verwerping van verweer gebruik maken van vrachtbrief, terwijl dit stuk geen onderdeel uitmaakt van processtukken, en had hof nader onderzoek moeten doen naar discrepantie tussen datum van ontvangst van bloedblok in laboratoriumrapport en datum vermeld in vrachtbrief? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2022:567.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.271 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 22/04111

Datum 11 februari 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 oktober 2022, nummer 22-001051-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Klein Molekamp, advocaat in ’sGravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de opgelegde taakstraf van veertig uren volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.



Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.