Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:199

2025-02-11 Strafrecht 24/01541
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-11
Publicatiedatum
2025-02-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
24/01541
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2025-0051 | RvdW 2025/309

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

OM-cassatie. Beklag, beslag ex art. 94 Sv op geldbedrag (€ 25.155,24) onder achterneven van klager t.z.v. verdenking van witwassen. Motivering gegrondverklaring klaagschrift en summier karakter onderzoek in raadkamer. Heeft Rb (enkelvoudige raadkamer) gegrondverklaring van klaagschrift toereikend gemotiveerd gelet op wat OvJ in schriftelijk standpunt en bij behandeling in raadkamer heeft aangevoerd en heeft Rb voldoende onderkend dat onderzoek in raadkamer een summier en voorlopig karakter draagt? HR: Gelet op de in CAG genoemde rechtspraak van HR en daarin besproken motiveringsgebrek in beschikking van Rb slaagt middel. CAG: Beklagrechter neemt beslissing tot opheffing van beslag o.b.v. incompleet dossier en lijkt van oordeel te zijn dat van verdenking van witwassen geen sprake meer is. Gelet op wat OM naar voren heeft gebracht, te weten dat (i) achterneven van klager zijn aangehouden in verband met verdenking van witwassen, (ii) inbeslaggenomen geldbedrag vermoedelijk voorwerp van witwassen betreft, (iii) ondanks ontkenning van achterneef van klager er redelijke twijfel bestaat dat niet klager maar hij rechthebbende van geldbedrag is, (iv) dossier geen enkel aanknopingspunt biedt voor standpunt dat klager de rechthebbende van geldbedrag is, (v) uit de namens klager overgelegde bankafschriften weliswaar blijkt dat hij legale bron van inkomsten heeft maar dat dit niet direct in verband is te brengen met inbeslaggenomen geldbedrag en (vi) OM voornemens is in strafzaak tegen achterneef van klager de verbeurdverklaring van geldbedrag te vorderen, is op voorhand niet ondenkbaar dat in strafprocedure de verklaringen van achterneef van klager en klager worden weerlegd en strafrechter anders zal oordelen over vraag of sprake is van witwassen. Oordeel Rb dat “het hoogst onwaarschijnlijk is dat strafrechter, later oordelend, verbeurdverklaring van inbeslaggenomen geldbedrag zal bevelen” is, mede gelet op wat door OM naar voren is gebracht, ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/01538 B.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.508 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 24/01541 B

Datum 11 februari 2025




BESCHIKKING




op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Overijssel van 6 maart 2024, nummer RK 24/002080, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend



door




[klager] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de klager.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De raadsman van de klager A.W. Syrier, advocaat in Utrecht, heeft het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer over het oordeel van de rechtbank “dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag zal bevelen”.


2.2
Het procesverloop, de door de klager en het openbaar ministerie ingenomen standpunten en het oordeel van de rechtbank zijn weergegeven in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.6.


2.3
Gelet op de in de conclusie van de advocaat-generaal onder 3.3 tot en met 3.5 genoemde rechtspraak van de Hoge Raad en het daarin onder 3.8 besproken motiveringsgebrek in de beschikking van de rechtbank, slaagt het cassatiemiddel in zoverre. Dat brengt mee dat bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig is.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Overijssel, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.




Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 februari 2025.