Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1954
2025-12-19
Civiel recht; Insolventierecht
25/00100
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1954 → ECLI:NL:GHARL:2024:6383
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1954 → ECLI:NL:PHR:2025:1214
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Faillissementsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid. Pauliana. Selectieve betalingen. Overdracht van perceel grond tegen hoger bedrag dan de waarde.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.258 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00100
Datum 19 december 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaten: E.J.H. Zandbergen en J. van Weerden,
tegen
J.M. ERINGA, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Bouw B.V. en NPB Onroerend Goed B.V.,
kantoorhoudende te Enschede,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: M.E. ten Brinke.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/243750 / HA ZA 20-67 van de rechtbank Overijssel van 23 maart 2022, 4 mei 2022, 1 maart 2023 en 12 april 2023 (herstelvonnis);
b. de arresten in de zaak 200.331.697 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 en 15 oktober 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 oktober 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 25/00100
Datum 19 december 2025
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [plaats],
EISER tot cassatie, verweerder in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: [eiser],
advocaten: E.J.H. Zandbergen en J. van Weerden,
tegen
J.M. ERINGA, in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van Megahome.nl B.V., Megahome.nl Grond B.V., NPB Beheer B.V., Megahome.nl Beheer B.V., MEGA Bouwbedrijf B.V., NPB Bouw B.V., NPB Bouwbedrijf B.V., Megahome.nl Bouw B.V. en NPB Onroerend Goed B.V.,
kantoorhoudende te Enschede,
VERWEERDER in cassatie, eiser in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de curator,
advocaat: M.E. ten Brinke.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/08/243750 / HA ZA 20-67 van de rechtbank Overijssel van 23 maart 2022, 4 mei 2022, 1 maart 2023 en 12 april 2023 (herstelvonnis);
b. de arresten in de zaak 200.331.697 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 april 2024 en 15 oktober 2024.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 15 oktober 2024 beroep in cassatie ingesteld.
De curator heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.F. Assink strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
2Beoordeling van het middel in het principale beroep
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van het arrest van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de curator begroot op € 2.554,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiser] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 19 december 2025.