Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1944
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1944 → ECLI:NL:GHSHE:2023:3935
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1944 → ECLI:NL:PHR:2025:1192
Inhoudsindicatie
OM-cassatie en cassatie verdachte. Vrijspraak t.z.v. medeplegen uitvoer van 10 pakketten cocaïne en medeplegen poging tot uitvoer van 20 pakketten cocaïne (art. 2.A Opiumwet). Veroordeling t.z.v. voorbereidingshandelingen m.b.t. uitvoer van 50 kilogram cocaïne (art. 10a.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van 10 pakketten cocaïne (art. 2.B Opiumwet) en medeplegen aanwezig hebben van 20 pakketten cocaïne (art. 2.C Opiumwet). 1. OM-cassatie. Kon hof oordelen dat van “buiten grondgebied van Nederland brengen” van cocaïne a.b.i. art. 1.5 Opiumwet geen sprake kan zijn als cocaïne in Nederland wordt geleverd aan politiële pseudokoper? 2. Cassatie verdachte. “Tallon-verweer” (handelen in strijd met uitlokkingsverbod) strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM, art. 359a Sv. Heeft hof het niet kunnen horen van getuige en het beperkt kunnen horen van undercoveragenten getoetst aan juiste maatstaf? 3. Cassatie verdachte. Verbeurdverklaring mobiele telefoon. Kon hof oordelen dat bij doorzoeking van woning van verdachte aangetroffen telefoon de telefoon is waarmee hij tlgd. feiten heeft begaan of voorbereid? Ad 1. Om redenen vermeld in HR:2025:1943 slagen middelen. Ad 2 en 3. HR: art. 81.1 RO. Volgt partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/04540, 23/04583 en 23/04584.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2025:1943 Hoge Raad 19-12-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.790 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04539
Datum 19 december 2025
ARREST
op de beroepen in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 november 2023, nummer 20-000805-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en het openbaar ministerie.
Namens de verdachte hebben de advocaten N. van Schaik en H. Brentjes bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. Ook het openbaar ministerie heeft bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De raadslieden van de verdachte hebben het beroep van het openbaar ministerie tegengesproken.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep van de verdachte en gegrondverklaring van het cassatieberoep van het openbaar ministerie en in verband daarmee tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 ten laste gelegde buiten het grondgebied van Nederland brengen van de in de tenlastelegging genoemde pakketten cocaïne, de beslissingen over het onder 3 primair tenlastegelegde en de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van de cassatiemiddelen die door het openbaar ministerie zijn voorgesteld
2.1
Het eerste cassatiemiddel komt op tegen de gedeeltelijke vrijspraak van het aan de verdachte onder 2 tenlastegelegde. Het tweede cassatiemiddel komt op tegen de vrijspraak van het onder 3 primair tenlastegelegde. De cassatiemiddelen klagen in het bijzonder over het oordeel van het hof dat van ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ in de zin van artikel 1 lid 5 van de Opiumwet van cocaïne geen sprake kan zijn als de cocaïne in Nederland wordt geleverd aan een politiële pseudokoper.
2.2
De cassatiemiddelen slagen. De redenen daarvoor staan vermeld in het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 23/04584, ECLI:NL:HR:2025:1943.
3Beoordeling van de cassatiemiddelen die namens de verdachte zijn voorgesteld
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 tenlastegelegde ‘buiten het grondgebied van Nederland brengen’ van de in de tenlastelegging genoemde pakketten cocaïne, het onder 3 tenlastegelegde en de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt de beroepen voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2025.