Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1930
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1930 → ECLI:NL:PHR:2025:1063
Inhoudsindicatie
Poging tot oplichting van energiebedrijf (art. 326.1 Sr) door onjuist doorgeven van meterstanden. Vordering benadeelde partij t.a.v. post verbruik elektriciteit van € 3.283,41 en in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Is toewijzing vordering b.p. toereikend gemotiveerd? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Onvoldoende duidelijk waarop hoeveelheid verbruik van elektriciteit (64.507 kWh) is gebaseerd. Ook onvoldoende duidelijk of b.p. te weinig geld van verdachte heeft ontvangen of teveel geld aan verdachte heeft terugbetaald door onjuist doorgeven van meterstanden. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing t.a.v. vordering b.p. m.b.t. post verbruik elektriciteit en oplegging van schadevergoedingsmaatregel. Samenhang met 23/03742 P. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (gebrek in schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker hof).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.376 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/03740
Datum 16 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 september 2023, nummer 21-005389-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de beslissing op de vordering van de benadeelde partij Enexis Netbeheer B.V. en de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel, en tot terugwijzing van de zaak naar het hof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de toewijzing door het hof van de vordering van de benadeelde partij tot vergoeding van materiële schade en over de in verband daarmee opgelegde schadevergoedingsmaatregel. De klacht ziet enkel op de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41”.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4.2 tot en met 4.7 en 4.9 tot en met 4.12.
3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
4Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis, en de beslissing over de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding wat betreft de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41” en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- vermindert het aantal uren taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat de taakstraf 143 uren beloopt, subsidiair 71 dagen hechtenis;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak ten aanzien van de beslissing over de door de benadeelde partij gevorderde schadevergoeding wat betreft de post “verbruik elektriciteit 64507 kWh x € 0.05090: € 3.283,41” en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 december 2025.