Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1830
2025-12-09
Strafrecht
24/03193
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1830 → ECLI:NL:GHSHE:2024:2496
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1830 → ECLI:NL:PHR:2025:1188
Inhoudsindicatie
Zware mishandeling met voorbedachte raad, meermalen gepleegd (art. 303.1 Sr) door hete olie over 2 medewerkers van asielzoekerscentrum te gooien. 1. Bewijsklachten “met voorbedachte raad”. Kon hof oordelen dat verdachte met voorbedachte raad zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 14 jaren). Kon hof gelet op strafmaatverweer m.b.t. vreemdelingenrechtelijke status van verdachte en VI-regeling tot zwaardere straf komen dan Rb heeft opgelegd en AG bij hof heeft gevorderd (gevangenisstraf van 12 jaren)? 3. Vordering benadeelde partijen t.z.v. immateriële schade, art. 6:106.b BW. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.761 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/03193
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 augustus 2024, nummer 20-002064-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.T.C. Dölle bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens [benadeelde] heeft de advocaat A.F.G. Pennino een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.
STRAFKAMER
Nummer 24/03193
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 5 augustus 2024, nummer 20-002064-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat F.T.C. Dölle bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens [benadeelde] heeft de advocaat A.F.G. Pennino een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.