Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1827

2025-12-09 Strafrecht 23/02685
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-12-09
Publicatiedatum
2025-12-03
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02685
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/99

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Overval in 2016 in Amsterdam op waardetransport van luxegoederen (horloges en sieraden). Medeplegen diefstal met geweld en afpersing (art. 312.2.2 en 317.3 jo. 312.2.2 Sr), medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr), medeplegen brandstichting (art. 157.2 Sr) en medeplegen vernieling van bestelbus (art. 350.1 Sr). 1. Bewijsklachten m.b.t. redengevendheid van gebruikte bewijsmiddelen voor strafbare betrokkenheid van verdachte bij bewezenverklaarde feiten en m.b.t. medeplegen. 2. Bewijsklacht brandstichting t.a.v. ‘te duchten levensgevaar’ a.b.i. art. 157 Sr. Kon hof oordelen dat levensgevaar voor bijrijder te duchten was en dat dit voor verdachte en medeverdachten t.t.v. brandstichting voorzienbaar was? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/02684 en 23/02798.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.476 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 23/02685

Datum 9 december 2025



ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 10 juli 2023, nummer 23-001008-19, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat J. Kuijper bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 70 maanden.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 67 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.



Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.