Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1814

2025-12-02 Strafrecht 23/02878
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-12-02
Publicatiedatum
2025-12-01
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/02878
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | SR-Updates.nl 2025-0378 | RvdW 2026/61 | NJ 2026/18

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Rijden onder invloed van cannabis, art. 8.5 WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer. Is sprake van ‘een onderzoek’ a.b.i. art. 8.5 WVW 1994? Kon hof oordelen dat is voldaan aan voorschrift dat bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij laboratorium a.b.i. art. 13.1.d (oud) Besluit, nu tussen datum van bloedafname en moment van bezorging van bloed bij laboratorium 28 dagen zijn verstreken en hof zich bij zijn vaststellingen over wijze van bewaren van bloedmonsters op politiebureau en tijdens vervoer naar laboratorium heeft gebaseerd op p-v van opsporingsambtenaar en brief van onderzoeker van NFI met algemene werkwijze m.b.t. bewaren en vervoer van bloedmonsters? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt het middel. CAG: Brief van onderzoeker van NFI betreft beschrijving van algemene werkwijze voor bewaren en vervoeren van bloedblokken, waaruit niet volgt dat werkwijze in dit geval daadwerkelijk is gehanteerd. Ook uit p-v van opsporingsambtenaar blijkt onvoldoende concreet op welke wijze bloedmonsters van verdachte zijn bewaard en vervoerd. Hof heeft zodoende geen concrete vaststellingen gedaan over wijze van bewaren van bloed en omstandigheden tijdens transport waartoe hof wel gehouden was bij zijn oordeel dat bezorging van bloedmonsters aan laboratorium ‘zo spoedig mogelijk’ heeft plaatsgevonden. Daarbij is mede van belang dat het gaat om tijdsverloop van 28 dagen tussen afname van bloed en ontvangst daarvan door laboratorium. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.058 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02878

Datum 2 december 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 10 juli 2023, nummer 22-001150-22, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat D.L.A.M. Pluijmakers bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




2Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de bewezenverklaring en keert zich in het bijzonder tegen het oordeel van het hof dat de resultaten van het bloedonderzoek voor het bewijs kunnen worden gebruikt omdat is voldaan aan het voorschrift dat de bloedmonsters ‘zo spoedig mogelijk’ worden bezorgd bij het laboratorium als bedoeld in artikel 13 lid 1, aanhef en onder d, (oud) van het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer.


2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 2.2 tot en met 2.9.




3Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 december 2025.