Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1760

2025-11-25 Strafrecht 23/02617
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-11-25
Publicatiedatum
2025-11-21
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
23/02617
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2026/27

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen grootschalige handel in valse Britse muntstukken (van 1 pond) door deze gedurende lange periode af te nemen van leverancier, te vervoeren, op te slaan en uit te voeren naar Groot-Brittannië, art. 209 Sr. 1. Redelijke termijn in feitelijke aanleg. Had hof het OM n-o moeten verklaren in vervolging wegens overschrijding van redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk). Heeft hof in strijd met “reformatio in peius-beginsel” hogere straf opgelegd dan Rb en wekt opgelegde straf verbazing gelet op vordering AG bij hof? 3. Bewijsklacht wetenschap van valsheid. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/02656 en 23/02686. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (gebrek in ondertekening van schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffier hof).

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.734 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02617

Datum 25 november 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 30 juni 2023, nummer 23-002606-18, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W. Römelingh bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal P.H.P.H.M.C. van Kempen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden en drie weken, waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 november 2025.