Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:176

2025-02-04 Strafrecht 22/02704
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-02-04
Publicatiedatum
2025-01-31
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Cassatie
Zaaknummer
22/02704
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/268

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplichtigheid aan medeplegen oplichting. Geen middelen ingediend, betrokkene n-o. Samenhang met 22/02523, 22/02608, 22/02703, 22/02705 P, 22/02706, 22/02739 en 22/02758.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.611 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 22/02704 P

Datum 4 februari 2025



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 7 juli 2022, nummer 23-001041-21, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.




2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).



3Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C.N. Dalebout en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 februari 2025.