Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1709
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1709 → ECLI:NL:GHARL:2023:10059
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1709 → ECLI:NL:PHR:2025:1055
Inhoudsindicatie
“Fipronilcrisis” in 2017. Feitelijk leiding geven aan medeplegen op de markt brengen van bestrijdingsmiddel “fipronil” (tegen bloedluis bij kippen) in wetenschap dat dit schadelijk is voor leven of gezondheid terwijl schadelijk karakter wordt verzwegen voor afnemers, waardoor miljoenen eieren in Nederland besmet raken met dit bestrijdingsmiddel, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 174.1 Sr en feitelijke leiding geven aan medeplegen gebruiken en in voorraad hebben van enkele andere verboden biociden, begaan door rechtspersoon (meermalen gepleegd), art. 43.1 en 43.3 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden. 1. Ontvankelijkheid OM in vervolging t.z.v. feiten die in België zijn gepleegd, art. 2 Sr. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging v.zv. tlgd. feiten zich in België hebben afgespeeld, nu feiten daar niet strafbaar zijn, art. 7 Sr. 2. Bewijsklachten “te koop aanbieden”, “verkopen” en “afleveren” a.b.i. art. 174 Sr, “schadelijkheid” a.b.i. art. 174 Sr, “wetenschap” a.b.i. art. 174 Sr, “inwisselbaarheid” van gedragingen van vennootschap A en vennootschap B, “wetenschap” van niet-toegelaten biociden en pleegperiode. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/04828, 23/04829 en 23/04831.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.680 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 23/04975
Datum 9 december 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 november 2023, nummer 21-002005-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat A.H.J.G. van Voorthuizen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Damsteegt, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 december 2025.