Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1702
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1702 → ECLI:NL:PHR:2025:1059
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op 2 bankrekeningen onder klaagster i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen haar partner. Anderbeslag ex art. 94a.4 en 94a.5 Sv. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Oordeel Rb dat RC machtiging heeft verleend om conservatoir beslag te leggen t.z.v. een aan klaagster op te leggen ontnemingsmaatregel omdat kennelijk bedoeling is geweest van RC machtiging te verlenen om naast derdenbeslag ook conservatoir beslag onder klaagster te leggen, is niet begrijpelijk. Rb heeft vastgesteld dat beslag is gelegd in strafrechtelijk onderzoek tegen partner van klaagster, zodat Rb had moeten beoordelen of buiten redelijke twijfel is dat klaagster als eigenaar van voorwerp moet worden aangemerkt en zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 of 94a.5 Sv voordoet. Rb heeft dus onjuiste maatstaf toegepast. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.149 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 25/00055 B
Datum 18 november 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 29 november 2024, nummer RK 24/022638, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de klaagster.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben de advocaten J.C. Reisinger en M.N. Greeven bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank, en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Oost-Brabant, teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden beoordeeld en afgedaan.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt onder meer dat de rechtbank bij de beoordeling van het klaagschrift dat strekt tot opheffing van het conservatoir beslag op grond van artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering een onjuiste maatstaf heeft toegepast.
2.2
Voor zover het cassatiemiddel hierover klaagt, slaagt het. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
2.3
Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het restant van het cassatiemiddel niet nodig.
3Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- wijst de zaak terug naar de rechtbank Oost-Brabant, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2025.