Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1669

2025-11-11 Strafrecht 23/00531
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-11-11
Publicatiedatum
2025-11-10
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/00531
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/1224

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt. Motivering schatting w.v.v. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 23/00532.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.661 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 23/00531 P

Datum 11 november 2025



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 februari 2023, nummer 21-000515-22, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste



van




[betrokkene],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
hierna: de betrokkene.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Tot cassatie behoeft dit echter niet te leiden. Ook in de strafzaak die met deze ontnemingszaak samenhangt en die bij de Hoge Raad aanhangig is onder nr. 23/00532, is de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden. In de strafzaak zal worden beoordeeld of deze overschrijding tot compensatie moet leiden. Gelet daarop volstaat de Hoge Raad in deze ontnemingszaak met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden. (Vgl. HR 19 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BJ3575.)



4Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.