Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1667

2025-11-11 Strafrecht 24/00293
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-11-11
Publicatiedatum
2025-11-07
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
24/00293
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/1233

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen, art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr. 1. Bewijsklacht “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof van verdachte verlangen dat zij concrete en verifieerbare verklaring geeft over herkomst van geldbedragen, waarvan haar toenmalige echtgenoot (medeverdachte) heeft gesteld dat dit inkomsten betreffen uit zijn beveiligingswerkzaamheden? 2. Bewijsklacht wetenschap. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat verdachte wetenschap heeft gehad van criminele herkomst van geldbedragen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00294.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (1.652 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER




Nummer 24/00293

Datum 11 november 2025



ARREST



op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2024, nummer 20-001770-21, in de strafzaak



tegen




[verdachte],
geboren in [geboorrteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.




2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.


Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.