Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1667
2025-11-11
Strafrecht
24/00293
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1667 → ECLI:NL:GHSHE:2024:1337
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1667 → ECLI:NL:PHR:2025:1006
Inhoudsindicatie
Medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen, art. 420ter jo. 420bis.1.b Sr. 1. Bewijsklacht “afkomstig uit enig misdrijf”. Kon hof van verdachte verlangen dat zij concrete en verifieerbare verklaring geeft over herkomst van geldbedragen, waarvan haar toenmalige echtgenoot (medeverdachte) heeft gesteld dat dit inkomsten betreffen uit zijn beveiligingswerkzaamheden? 2. Bewijsklacht wetenschap. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat verdachte wetenschap heeft gehad van criminele herkomst van geldbedragen? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/00294.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.652 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/00293
Datum 11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2024, nummer 20-001770-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorrteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.
STRAFKAMER
Nummer 24/00293
Datum 11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 januari 2024, nummer 20-001770-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorrteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.