Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1666
2025-11-11
Strafrecht
23/04951
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1666 → ECLI:NL:GHDHA:2023:3003 overig
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1666 → ECLI:NL:PHR:2025:828
Inhoudsindicatie
Belaging, art. 285b Sr. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken en taakstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. persoonlijke omstandigheden van verdachte (vanwege oprichting van bedrijf in Marokko moet hij in buitenland verblijven en kan hij in Nederland geen taakstraf uitvoeren), art. 359.2 Sv. Heeft hof (door verstekvonnis Pr “kaal” te bevestigen) strafoplegging in het licht van dit verweer toereikend gemotiveerd? 2. Motivering opgelegde taakstraf. Was hof gelet op recht op hoor en wederhoor gehouden tijdens onderzoek ttz. zijn voorlopige gedachten over het opleggen van onvoorwaardelijke taakstraf met verdediging te delen? HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.644 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 23/04951
Datum 11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2023, nummer 22-003141-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N.M. Fakiri bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.
STRAFKAMER
Nummer 23/04951
Datum 11 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 december 2023, nummer 22-003141-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat N.M. Fakiri bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.