Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1643
2025-11-11
Strafrecht
24/02796
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1643 → ECLI:NL:PHR:2025:901
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op woning onder klaagster (rechtspersoon) i.h.k.v. strafrechtelijk financieel onderzoek tegen natuurlijke persoon A i.v.m. een aan hem op te leggen ontnemingsmaatregel. Anderbeslag ex art. 94a.4 Sv. Motivering ongegrondverklaring van klaagschrift t.a.v. vereenzelviging van klaagster en natuurlijke persoon B (bestuurder en enig aandeelhouder van klaagster), betwisting dat geldbedrag waarmee B aandelen in klaagster heeft gekocht afkomstig is van A, onzakelijkheid van aandelenconstructie, voldoende aanwijzingen dat sprake is van schijnconstructie, onmogelijkheid voor B om aandelen in klaagster zelfstandig te verwerven en wetenschap van klaagster. HR: art. 81.1 RO.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:PHR:2025:1381 Parket bij de Hoge Raad 16-12-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.699 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02796 B
Datum 11 november 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd in [plaats],
hierna: de klaagster.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.
STRAFKAMER
Nummer 24/02796 B
Datum 11 november 2025
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 21 november 2023, nummer RK 23/003113, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
gevestigd in [plaats],
hierna: de klaagster.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft de advocaat A.A. Franken bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2025.