Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1636
2025-10-31
Bestuursrecht; Belastingrecht
25/01069
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- herziening ECLI:NL:HR:2026:977 → ECLI:NL:HR:2025:1636
Inhoudsindicatie
HR verklaart het beroep in cassatie n-o met toepassing van art. 80a RO.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2025:1514 Hoge Raad 10-10-2025
- ECLI:NL:HR:2025:1591 Hoge Raad 17-10-2025
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:HR:2026:977 Hoge Raad 19-06-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (2.026 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 25/01069
Datum 31 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 14 maart 2025, nr. SGR 24/3809 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 4 oktober 2024.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft verzoeken om wraking ingediend, die niet zijn toegewezen.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025.
HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1514 en HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1591.
BELASTINGKAMER
Nummer 25/01069
Datum 31 oktober 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN,
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 14 maart 2025, nr. SGR 24/3809 V, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 4 oktober 2024.
1Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft verzoeken om wraking ingediend, die niet zijn toegewezen.
2Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Rechtbank op het verzet beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen. De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
4Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.T. Boerlage als voorzitter, en de raadsheren A.E.H. van der Voort Maarschalk en W.A.P. van Roij, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier J.A.J. Lafleur, en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025.
HR 10 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1514 en HR 17 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1591.