Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Hoge Raad

ECLI:NL:HR:2025:1629

2025-11-04 Strafrecht 23/02166
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Hoge Raad
Uitspraakdatum
2025-11-04
Publicatiedatum
2025-10-28
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Zaaknummer
23/02166
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | RvdW 2025/1204

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Varen onder invloed in motortankschip op Westerschelde (art. 27.2.a Scheepvaartverkeerswet) en zich onvoldoende bereikbaar houden via marifoon (art. 54.1 Scheepvaartreglement Westerschelde 1990). 1. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat verdachte onrechtmatig is aangehouden door verkeersleider, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat aanhouding van verdachte niet onrechtmatig was en dus geen vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv oplevert? 2. Bewijsklachten varen onder invloed. Had uitslag van ademanalyseonderzoek van bewijs moeten worden uitgesloten vanwege onrechtmatigheid van aanhouding? 3. Verweer t.a.v. onvoldoende bereikbaar houden via marifoon strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van OM, omdat niet blijkt dat is voldaan aan voorwaarden van Privacyreglement Verkeersregistratiesystemen Rijkswaterstaat, art. 359a Sv. Kon hof oordelen dat gestelde schending niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van OM? 4. Strafmotivering (geldboetes van € 1.500 en € 500 en vaarontzegging van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk). Is oplegging van vaarontzegging in strijd met art. 35b.1 Scheepvaartverkeerswet, wekt strafoplegging verbazing, kon hof gelet op overschrijding van redelijke termijn in hoger beroep kiezen voor andere strafmodaliteit (geldboete in plaats van taakstraf) en is strafoplegging eenduidig (wat betreft opgelegde geldboete van € 500)? HR: art. 81.1 RO.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.766 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN



STRAFKAMER






Nummer 23/02166

Datum 4 november 2025




ARREST




op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 mei 2023, nummer 20-000335-20, in de strafzaak



tegen




[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.





1Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat M.J. van Dam bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal V.M.A. Sinnige heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot strafvermindering volgens de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.




2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).



3Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de voor feit 1 opgelegde geldboete van € 1.500, subsidiair 25 dagen hechtenis.



4Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de voor feit 1 opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis;
- vermindert de voor feit 1 opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze € 1.425, subsidiair 24 dagen hechtenis, bedragen;
- verwerpt het beroep voor het overige.




Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.