Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1624
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1624 → ECLI:NL:GHAMS:2024:1266
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1624 → ECLI:NL:PHR:2025:796
Inhoudsindicatie
Kinderontvoering naar India. Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en medeplegen onttrekking van minderjarige aan wettig gezag (art. 279.2 Sr) door in 2016 in Amsterdam 2-jarig meisje met geweld weg te halen bij haar moeder en haar naar India te brengen. 1. Betekening oproeping nadere tz. in hoger beroep, adres in Verenigde Staten (art. 36e.3 Sv). 2. Aanhoudingsverzoek ttz. in h.b. door gemachtigde raadsvrouw, door hof afgewezen op de grond dat verdachte onvoldoende maatregelen heeft genomen om te voorkomen dat oproeping hem niet zou bereiken en dat onvoldoende aanknopingspunten bestaan om aan te nemen dat hij van zijn aanwezigheidsrecht gebruik had willen maken. 3. Afwijzing van een bij appelschriftuur gedaan, ttz. in h.b. gehandhaafd en op latere tz. in h.b. herhaald verzoek om medeverdachte als getuige te horen, op de grond dat onaannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, art. 288.1.a Sv. 4. Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01953, 24/02019, 24/02069 en 24/02184.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2026:784 Parket bij de Hoge Raad 18-08-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:311 Parket bij de Hoge Raad 12-05-2026
- ECLI:NL:PHR:2026:165 Parket bij de Hoge Raad 10-02-2026
- ECLI:NL:PHR:2025:1309 Parket bij de Hoge Raad 02-12-2025
Volledige tekst
Volledige tekst (1.742 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/01916
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002841-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat W.H. Jebbink bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
Namens de [benadeelde] heeft de advocaat J.P. Plasman een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.