Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1621
2025-11-04
Strafrecht
24/02184
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1621 → ECLI:NL:GHAMS:2024:1268
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1621 → ECLI:NL:PHR:2025:797
Inhoudsindicatie
Kinderontvoering naar India. Medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282.1 Sr) en medeplegen onttrekking van minderjarige aan wettig gezag (art. 279.2 Sr) door in 2016 in Amsterdam 2-jarig meisje met geweld weg te halen bij haar moeder en haar naar India te brengen. 1. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door periode en strafverzwarende omstandigheid bewezen te verklaren, die niet zijn tlgd.? 2. Bewijsklacht t.a.v. aanwezigheid bij “meerdere” bijeenkomsten. 3. Bewijsklacht opzet. Heeft verdachte (bij de door hem uitgevoerde observaties) willens en wetens aanmerkelijke kans aanvaard dat gedragingen van plegers wederrechtelijk zouden zijn? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 24/01916, 24/01953, 24/02019 en 24/02069.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.652 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 24/02184
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002803-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.
STRAFKAMER
Nummer 24/02184
Datum 4 november 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 mei 2024, nummer 23-002803-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft de advocaat P. van Dongen bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 november 2025.