Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1546
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1546 → ECLI:NL:GHSHE:2024:3506
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1546 → ECLI:NL:PHR:2025:1029
Inhoudsindicatie
Mensenhandel met misbruik van kwetsbare positie van slachtoffer, art. 273f.1.1, 273f.1.4, 273f.6 en 273f.1.9 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht dwangmiddelen. Kon hof oordelen dat verdachte met zijn handelingen opzettelijk heeft veroorzaakt dat slachtoffer de prostitutiewerkzaamheden tegen haar wil heeft ondergaan? 2. Bewijsklacht uitbuiting. Had slachtoffer vrije keuze over inhoud, omvang en momenten van haar werkzaamheden? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Ad 1. O.b.v. vaststellingen in zijn bewijsvoering heeft hof kennelijk geoordeeld dat gedachte van slachtoffer (dat zij verdachte kwijt zou raken) geen losstaande gedachte betreft maar resultaat is van door verdachte (bewust) uitgeoefende (psychische) druk op verstandelijk beperkte vrouw en dat derhalve sprake is van “dwangmiddelen” a.b.i. art. 273f Sr. Dat oordeel is gelet op feiten en omstandigheden in deze zaak niet onbegrijpelijk en evenmin ontoereikend gemotiveerd. Ad 2. ’s Hofs oordeel dat handelingen van verdachte tot uitbuiting strekten c.q. dat uitbuiting zich heeft voorgedaan, is niet onbegrijpelijk en bovendien toereikend gemotiveerd. Enkele omstandigheid dat slachtoffer in uitvoering mogelijk enige praktische keuzes kon maken, neemt uitbuitingssituatie in deze zaak niet weg. Volgt verwerping.
Citeert (1)
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3506 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 04-10-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.616 tekens)
STRAFKAMER
Nummer 24/03803
Datum 14 oktober 2025
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 4 oktober 2024, nummer 20-000519-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de verdachte.
1Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben de advocaten M.M. Kuyp en J.L. Baar bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over (de motivering van) het bewezenverklaarde.
2.2
De bewezenverklaring, de bewijsoverwegingen en de bewijsmiddelen zijn weergegeven in de uitspraak van het hof die is gepubliceerd op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHSHE:2024:3506.
2.3
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.
3Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T.B. Trotman en R. Kuiper, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 oktober 2025.