Hoge Raad
ECLI:NL:HR:2025:1524
2025-10-10
Civiel recht; Verbintenissenrecht
24/03279
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- cassatie ECLI:NL:HR:2025:1524 → ECLI:NL:GHDHA:2024:810
- conclusie ECLI:NL:HR:2025:1524 → ECLI:NL:PHR:2025:911
Inhoudsindicatie
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatige daad. Art. 8 EVRM. Art. 10 EVRM. Persvrijheid en recht op bescherming van reputatie van onderneming. Berichtgeving in TV-programma Zembla over storten van granuliet in natuurplassen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.583 tekens)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03279
Datum 10 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
GRANIET IMPORT BENELUX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: GIB,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
OMROEPVERENIGING BNNVARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BNNVARA,
advocaat: P.A. Fruytier.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/618155 / HA ZA 21-843 van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2022 en 31 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.321.231/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 mei 2024.
GIB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
BNNVARA heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, en voor BNNVARA mede door E.W.T. Kerckhoffs en J.P. van den Brink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van GIB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt GIB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BNNVARA begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien GIB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 oktober 2025.
CIVIELE KAMER
Nummer 24/03279
Datum 10 oktober 2025
ARREST
In de zaak van
GRANIET IMPORT BENELUX B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
EISERES tot cassatie,
hierna: GIB,
advocaat: A.M. van Aerde,
tegen
OMROEPVERENIGING BNNVARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BNNVARA,
advocaat: P.A. Fruytier.
1Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/618155 / HA ZA 21-843 van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2022 en 31 augustus 2022;
b. het arrest in de zaak 200.321.231/01 van het gerechtshof Den Haag van 28 mei 2024.
GIB heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
BNNVARA heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen mondeling en schriftelijk toegelicht door hun advocaten, en voor BNNVARA mede door E.W.T. Kerckhoffs en J.P. van den Brink.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van GIB heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt GIB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BNNVARA begroot op € 873,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien GIB deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 10 oktober 2025.